Hartpedia

Zoeken

Geadvanceerd Zoeken»
Hartfalen, hartzwakte of hartinsufficiëntie (decompensatio cordis) is een aandoening waarbij het hart niet meer in staat is om voldoende bloed uit te pompen om aan de behoeften van de weefsels te voldoen. Onder normale omstandigheden bestaat er een evenwicht tussen de hoeveelheid bloed dat het hart uitpompt (hartminuutvolume) en de behoefte van de weefsels aan zuurstof en voedingsstoffen. Bij veranderende behoefte van de weefsels wordt het hartminuutvolume daaraan aangepast. De weefsels regelen daarnaast zelf hun optimale doorbloeding door hun bloedvaten dicht te knijpen of juist open te zetten.


Bewerken

Symptomen

Als gevolg van de verminderde pompfunctie van het hart krijgen veel organen, aanvankelijk met name bij verhoogde vraag, niet genoeg zuurstof en voedingsstoffen meer. Dit leidt weer tot snelle vermoeidheid en tot kortademigheid bij geringe inspanning. Het lichaam tracht door regelmechanismen de vulling van het vaatbed te verhogen, dit zorgt er weer voor dat het lichaam vocht vasthoudt. Patiënten die lijden aan hartfalen hebben dan ook vaak last van meer vocht in het longvaatbed (vaak onjuist als 'vocht achter de longen' aangeduid), in ernstige gevallen uitmondend in longoedeem waardoor de kortademigheid sterk verergert, vooral bij platliggen. De symptomen lijken vaak op die van astma (kortademigheid, vermoeidheid; acute decompensatie heet daarom ook asthma cardiale). Verder blijft er vocht achter in de laagste gedeelten van het lichaam waardoor er dikke benen en enkels (perifeer oedeem) ontstaan. Als gevolg van de symptomen van hartfalen treden er in het lichaam compensatiemechanismen in werking. Deze kunnen op korte termijn een gunstige invloed hebben op de bovenstaande symptomen, maar op de lange termijn verergeren deze compensatie mechanismen juist het hartfalen. De patiënt komt dan in een vicieuze cirkel terecht. Het hartfalen kan vooral aan de linker- of aan de rechter hartkamer te wijten zijn. Bestaat het lang dan gaan echter beide kamers meedoen.

Bewerken

Oorzaken

Oorzaken van hartfalen zijn:
  • Verminderde hartspierfunctie:
    • De belangrijkste is het hartinfarct. Als gevolg van een hartinfarct is een gedeelte van de hartspier afgestorven en verlittekend en daardoor is een deel van de pompfunctie verloren gegaan.
    • Stofwisselingsziekten (cardiomyopathie) waardoor uiteenlopende lichaamstoffen in de spier opstapelen en uiteindelijk de spierfunctie nadelig beïnvloeden. b.v. ijzerstapeling (hemochromatose).
    • infectieus: hartspierinfecties (myocarditis) door virussen.
    • toxisch: alcohol, en bepaalde medicijnen tegen kanker beschadigen de hartspier.
    • metabool: gebrek aan bepaalde vitaminen leidt tot hartfalen ('natte beriberi' of shoshin).
    • hypertrofie: de hartspier is zo dik dat hij niet goed meer kan ontspannen en er in de vullingsfase maar weinig bloed in kan stromen ('diastolische dysfunctie').
  • Verminderde pompfunctie:
    • Defect van de hartkleppen. Dit kan een lekkende hartklep (klepinsufficientie) zijn waardoor (een deel van) het bloed weer terugstroomt en weer dezelfde weg moet afleggen. Het kan ook door een hartklepvernauwing (stenose) komen waardoor de doorgang vernauwd is. Klepgebreken ontstaan soms door infectie, soms door degeneratie, en zijn ook wel eens aangeboren.
    • Hartritmestoornissen. Het hart is dan ook minder goed in staat om bloed rond te pompen.
    • Een andere oorzaak kan ook liggen in de erfelijke aanleg, sommige vormen van hartfalen zijn genetisch bepaald. harttransplantatie is dan het uiterste en enige redmiddel. Overigens is in een deel van de gevallen de oorzaak van het hartfalen onbekend.