BewerkenDefinitie
Neutropenie is een abnormaal laag aantal neutrofiele granulocyten in het bloed.
Neutrofiele granulocyten vormen het primaire cellulaire afweersysteem van het lichaam tegen bacteriën en schimmels. Verder spelen neutrofiele granulocyten een rol bij de wondgenezing en zorgen deze cellen voor de afvoer van lichaamsvreemde materialen als ingekapselde splinters.
Neutrofiele granulocyten rijpen in ongeveer twee weken in het beenmerg. Nadat neutrofiele granulocyten in de
bloedbaan zijn terechtgekomen, circuleren ze daar ongeveer zes uur, op zoek naar infecterende organismen en andere indringers. Wanneer neutrofiele granulocyten een indringer gevonden hebben, verplaatsen ze zich naar het weefsel, hechten zich aan de indringer en produceren gifstoffen die de indringer vernietigen en afbreken. Gezond weefsel in het geïnfecteerde gebied kan door deze reactie worden beschadigd. Door dit gehele proces ontstaan in het geïnfecteerde gebied ontstekingsreacties, die zich aan de oppervlakte van het lichaam manifesteren als roodheid, zwelling en warmte.
Omdat neutrofiele granulocyten gewoonlijk meer dan 70% van alle
witte bloedcellen uitmaken, betekent een vermindering van het aantal
witte bloedcellen meestal dat het totale aantal neutrofiele granulocyten gedaald is. Wanneer het aantal neutrofiele granulocyten daalt tot onder 1,0 x 10 9 /l dan neemt het infectierisico enigszins toe. Wanneer het aantal neutrofiele granulocyten daalt tot onder 0,5 x 10 9 /l dan neemt het infectierisico zeer sterk toe. De afweer door neutrofiele granulocyten is van levensbelang: zonder deze afweer kan een infectie dodelijk verlopen.
BewerkenOorzaken
Neutropenie kent een aantal oorzaken. Het aantal neutrofiele granulocyten kan dalen doordat het beenmerg te weinig neutrofiele granulocyten vormt of doordat grote aantallen
witte bloedcellen in de bloedsomloop worden vernietigd.
Bij aplastische anemie ontstaat zowel neutropenie als een tekort aan andere typen
bloedcellen. Bij bepaalde zeldzame erfelijke afwijkingen als infantiele agranulocytose en familiaire neutropenie neemt het aantal witte bloedcellen eveneens af.
Bij cyclische neutropenie, een zeldzame aandoening, schommelt het aantal neutrofiele granulocyten elke 21 tot 28 dagen tussen normaal en laag. Het aantal neutrofiele granulocyten kan tot bijna nul dalen en na drie tot vier dagen weer zijn genormaliseerd. Patiënten met cyclische neutropenie zijn in de periode dat het aantal neutrofiele granulocyten laag is gevoelig voor infecties.
Bij sommige patiënten met kanker, tuberculose, myelofibrose, vitamine-B12-tekort of foliumzuurtekort kan eveneens neutropenie ontstaan. Bepaalde geneesmiddelen, in het bijzonder middelen die bij kanker worden gebruikt (chemotherapie) , tasten de aanmaak van neutrofiele granulocyten door het beenmerg aan.
Bij sommige bacteriële infecties, allergische aandoeningen, auto-immuunziekten en geneesmiddelen worden neutrofiele granulocyten sneller afgebroken dan dat ze worden gevormd. Patiënten met een vergrote milt, bijvoorbeeld in geval van het Felty-syndroom, malaria of sarcoïdose, kunnen een laag aantal neutrofiele granulocyten hebben doordat de vergrote milt neutrofiele granulocyten uit het bloed wegvangt en vernietigt.
Geneesmiddelen die neutropenie kunnen veroorzaken
- antibiotica (penicillinen, sulfonamiden en chlooramfenicol)
- anticonvulsiva
- thyrostatica
- chemotherapeutica
- goudverbindingen
- fenothiazinen
BewerkenSymptomen en diagnose
Neutropenie kan plotseling binnen een paar uur of een paar dagen ontstaan (acute neutropenie), maar kan ook maanden of jaren duren (chronische neutropenie). Omdat neutropenie geen specifieke symptomen heeft, verloopt de aandoening meestal onopgemerkt totdat zich een infectie voordoet. Bij acute neutropenie kunnen koorts en pijnlijke zweren (ulcera) rond de mond en anus voorkomen. Vervolgens ontstaan bijvoorbeeld een bacteriële pneumonie of andere ernstige infectieziekten. Bij chronische neutropenie kan de aandoening minder ernstig verlopen als het aantal neutrofiele granulocyten niet extreem laag is. Wanneer iemand frequent infecties heeft of ongewone infecties wordt neutropenie vermoed. Om de diagnose te stellen, wordt een volledig bloedbeeld bepaald. Een laag aantal neutrofiele granulocyten duidt op neutropenie.
Vervolgens wordt de oorzaak van de neutropenie vastgesteld. Hiervoor wordt gewoonlijk met een naald een beenmergmonster afgenomen (beenmergpunctie en -biopsie). Deze ingreep kan onaangenaam zijn, maar is niet gevaarlijk. Het beenmergmonster wordt microscopisch onderzocht om na te gaan of het er normaal uitziet, een normaal aantal neutrofiele voorlopercellen bevat en een normaal aantal witte bloedcellen vormt. Door vast te stellen of het aantal voorlopercellen afgenomen is en of deze cellen normaal uitrijpen, kan worden geschat binnen hoeveel tijd het aantal neutrofiele granulocyten weer genormaliseerd is. Als het aantal voorlopercellen is afgenomen, duurt het twee weken of langer voor er weer neutrofiele granulocyten in het bloed verschij nen. Als het aantal voorlopercellen op peil is en de cellen in normaal tempo uitrijpen, kunnen binnen enkele dagen nieuwe neutrofiele granulocyten in het bloed verschijnen. Soms blijkt bij beenmergonderzoek dat het beenmerg nog door andere ziekten, bijvoorbeeld leukemie of andere vormen van bloedkanker, wordt aangedaan.
Behandeling
De behandeling van neutropenie is afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de aandoening. Geneesmiddelen die neutropenie kunnen veroorzaken, worden waar mogelijk gestaakt. Soms herstelt het beenmerg spontaan, zonder behandeling. Patiënten met lichte neutropenie (meer dan 0,5 x 10
9 /l) hebben gewoonlijk geen symptomen en behoeven geen behandeling.
Patiënten met ernstige neutropenie (minder dan 0,5 x 10
9 /l) kunnen zeer snel aan een infectie overlijden doordat hun lichaam niet meer over de middelen beschikt om de infectie te bestrijden. Wanneer bij deze patiënten infecties ontstaan, worden ze gewoonlijk opgenomen en onmiddellijk met sterke antibiotica behandeld, zelfs voordat de oorzaak en de precieze locatie van de infectie zijn vastgesteld. Koorts, het symptoom dat bij een patiënt met neutropenie meestal op een infectie duidt, is een belangrijk signaal dat medische zorg onmiddellijk noodzakelijk is.
Soms is toediening van groeifactoren zinvol. Groeifactoren, vooral granulocytenkoloniestimulerende factor (G-CSF) en granulocytenmacrofaagkoloniestimulerende factor (GM-CSF), stimuleren de aanmaak van witte bloedcellen. Bij cyclische neutropenie kunnen door deze behandelmethode de perioden met neutropenie verdwijnen. Corticosteroïden kunnen helpen als de neutropenie een allergische reactie of een auto-immuunreactie als oorzaak heeft. Antithymocytenglobuline of enkele andere vormen van
immunosuppresiva (geneesmiddelen die de activiteit van het immuunsysteem onderdrukken) kunnen worden toegepast wanneer een auto-immuunziekte wordt vermoed, bijvoorbeeld bepaalde vormen van aplastische anemie. Als de milt is vergroot en witte bloedcellen vasthoudt, kan door verwijdering van de milt het aantal neutrofiele granulocyten weer toenemen.
Bij patiënten met een aplastische anemie kan beenmergtransplantatie noodzakelijk zijn als
immunosuppresiva geen effect hebben. Beenmergtransplantatie kan aanzienlijke toxische effecten hebben, kent een lange opnameperiode en kan slechts onder bepaalde omstandigheden worden uitgevoerd. Deze behandeling wordt gewoonlijk niet voor behandeling van alleen neutropenie toegepast.