Hartpedia

Zoeken

Geadvanceerd Zoeken»
Links een rode bloedcel en rechts een witte bloedcel

Links een rode bloedcel en rechts een witte bloedcel

Witte bloedcellen of leukocyten, (van het oudgrieks, witte cel) zijn cellen met een celkern die zich in het bloed bevinden. Ze maken maar een heel klein deel uit van de cellen in het bloed, op iedere witte bloedcel zijn er vele honderden rode bloedcellen, maar de witte bloedcellen zijn wel een stuk groter. Ze vormen een belangrijke component van het immuunsysteem. Witte bloedcellen spelen ook een rol bij sommige allergische reacties, zoals een type I-allergie, ook bekend als anafylaxie.


Bewerken

Soorten

Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen, en een manier om deze onder te verdelen door aan- of afwezigheid van granulen in het cytoplasma van de cel.

  • granulocyten: Bij deze soort zijn er granulen aanwezig, en kan onderverdeeld worden in 3 soorten: de basofiele granulocyten, de neutrofiele granulocyten en de eosinofiele granulocyten.
  • agranulocyten: Bij deze soort zijn er geen granulen aanwezig, en kan onderverdeeld worden in 3 soorten: de lymfocyten, de monocyten en de macrofagen.

De verschillende soorten witte bloedcellen hebben elk hun eigen specifieke functies, welke zij over het algemeen uitvoeren door middel van celvraat (fagocytose), het lozen van pakketjes met actieve stoffen (degranulatie) of het presenteren van antigenen aan andere cellen, die op hun beurt cellen aanzetten tot het produceren van antilichamen.

soortafbeeldingdiagrampercentagediameter (μm)beschrijving
NeutrofielenAfbeelding toevoegenAfbeelding toevoegen65%12-15Neutrofiele granulocyten zijn verantwoordelijk voor de eerste afweer tegen bacteriële infectie en andere ontstekingsreacties. Activiteit van neutrofiele granulocyten en hun afsterven is de bron van pusvorming.
EosinofielenAfbeelding toevoegenAfbeelding toevoegen4%12-15Eosinofiele granulocyten bestrijden voornamelijk parasitaire infecties en een verhoging van de eosinofielen is dan ook een indicatie van een infectie met een parasiet of voor een IgE gemedieerde immuunreactie.
BasofielenAfbeelding toevoegenAfbeelding toevoegen<1%12-15Basofielen zijn de hoofdverantwoordelijken voor allergische- en antigeenrespons door het vrijmaken van histaminen die ontsteking veroorzaken.
LymfocytenAfbeelding toevoegenAfbeelding toevoegen25%6-18Lymfocyten zijn onder andere de T-lymfocyten (waaronder T-helpercellen en de cytotoxische T-cellen, de B-lymfocyten, de Natural Killer cellen en de plasmacellen (die in feite geactiveerde B-lymfocyten zijn). Ze spelen een rol bij de specifieke immuunrespons.
MonocytenAfbeelding toevoegenAfbeelding toevoegen6%12-20Monocyten hebben een soortgelijke stofzuigerfunctie (fagocytose) als neutrofielen maar leven veel langer waarmee ze een geheugenfunctie vervullen; ze presenteren pathogenen aan de T-cellen opdat deze opnieuw herkend en vernietigd kunnen worden. Ook in de reactie op antilichamen spelen monocyten een rol.
MacrofagenAfbeelding toevoegenAfbeelding toevoegen(zie boven)(zie boven) Monocyten worden ook wel macrofagen genoemd als ze vanuit het bloed naar andere weefsels gemigreerd zijn.

Bewerken

Normale Waarden

We bezitten normaal tussen de 4000 en de 10000 per µl. Kinderen hebben meer leukocyten: hoe jonger, hoe meer. Er zijn drie soorten: de granulocyten, de lymfocyten en de monocyten. De granulocyten zijn onder te verdelen in de neutrofiele of segmentkernigen, basofiele en eosinofiele granulocyten. De kern van een granulocyt bestaat uit segmenten. De verschillende kerndelen zijn onderling met elkaar verbonden. Zo zijn ze in staat om door een dun bloedvaatje heen te persen en. Bij een ontsteking komen stoffen vrij die de granulocyten aantrekken. De granulocyten gaan de strijd aan met de vreemde indringers. De neutrofiele en de eosinofiele granulocyten nemen de bacteriën op en verteren ze. Dit wordt fagocytose genoemd. De werking van de basofielen is nog niet helemaal duidelijk. Een basofiel granulocyt bevat heparine, een stof die de bloedstolling tegengaat. Door de afgave van heparine wordt de bloedtoevoer naar de ontsteking niet belemmerd. De basofielen vormen ongeveer 1% van de leukocyten, de eosinofielen 2-4% en de neutrofielen 60%.