Hartpedia

Zoeken

Geadvanceerd Zoeken»
Bewerken

Hartfrequentie

Een normale hartslag heeft bij volwassenen in rust ongeveer een frequentie tussen 60 tot 100 slagen per minuut. Getrainde sporters in rust kunnen hier behoorlijk onder zitten (45/min) en bij inspanning, angst of stress kan de hartslag wel tot boven de 200/min oplopen. Een vuistregel voor de maximaal haalbare normale hartslag is (220-leeftijd in jaren). De hartslag is dynamisch en past zich snel aan de behoeften van het lichaam aan. Als het hart niet op een normale manier klopt, gegeven de omstandigheden, nl. te snel, te langzaam, of te onregelmatig, spreken we van een ritmestoornis. Hoewel het hart niet voor iedere samentrekking een signaal van buiten nodig heeft, kan de frequentie van samentrekken zowel geremd als versneld worden door een fiks aantal externe factoren, waaronder hormonale (met name adrenaline en tevens door signalen die door zenuwen, met name door de nervus vagus worden overgebracht. In de situatie dat het hart - voortdurend of af en toe - te lange pauzes maakt kan een pacemaker gebruikt worden om dit te reguleren. Aderkleppen sturen het bloed de goede kant op. In grote aders, zoals in de benen, zitten kleppen die voorkomen dat zich bloed in het onderlichaam ophoopt, bijvoorbeeld bij lang stilstaan. Anders zou er te weinig bloed naar het hart terugstromen.

Het hartritme is gemakkelijk te meten en een belangrijke parameter in de evaluatie van de hemodynamiek. Het hartdebiet is immers rechtstreeks afhankelijk van het hartritme: om, in geval van een toegenomen metabole nood of bij een daling van de totale perifere weerstand, het hartdebiet te verhogen, zal in eerste instantie het hartritme opgedreven worden. Bij een gedaald slagvolume blijft de bloeddruk tevens constant indien het hartritme versnelt. Een sinustachycardie is dus een signaal voor een gedaald slagvolume, een gedaalde perifere weerstand of een toegenomen metabole nood. Het hartritme is bovendien afhaneklijk van de depolarisatie van de sinusknoop en staat onder invloed van autonome, humerale en lokale factoren. Normaal ontlaadt de sinusknoop zich bij jonge volwassenen aan een ritme van 90 tot 100 slagen per minuut. Bij toegenomen leeftijd daalt deze frequentie volgens volgende formule:

Normaal intrinsiek hartritme =118 slagen per minuut - (0.57 x leeftijd)

Controleer bij bewusteloze slachtoffers initieel de carotispols om de aan- of afwezigheid van circulatie vast te stellen. Om meer informatie te bekomen over de hemodynamische status van de patiƫnt, controleer je nadien de radialispols door met de top van je wijs- en middenvinger de arteria radialis te palperen aan de pols. Deze controle is een moeilijke skill die zeker vaak geoefend moet worden. Maak een beoordeling van de hartfrequentie, de regelmaat en de amplitude van de polsslag. Bij een regelmatig hartritme volstaat het om het hartritme te tellen gedurende vijftien seconden, waarna je de bekomen waarde vermenigvuldigt met vier. Bij een onregelmatig hartritme of bij een abnormaal snelle of trage polsslag kan je best het hartritme tellen gedurende 60 seconden. Beschik je over een monitor, dan kan je eenvoudiger de hartfrequentie meten met behulp van de registratie van het elektrocardiogram, via de saturatieprobe of soms vanuit de bloeddrukmanchet.

Wanneer de perifere orgaanperfusie ontoereikend is, neemt het hartrimte compensatoir toe, terwijl de perifere perfusie daalt door een toegenomen vasoconstrictie. Ook de amplitude van de polsslag zal verminderen of zelfs tot nul terugvallen. Je neemt in dit geval een snelle en zwakke polsslag waar.