
Rode Bloedcellen
Rode bloedcellen of
erytrocyten vormen het bloedbestanddeel dat voornamelijk (98%) verantwoordelijk is voor het zuurstof- en koolstofdioxidetransport tussen de
longen en de andere
weefsels in het lichaam; vrij opgeloste zuurstof en koolstofdioxide speelt nauwelijks een rol.
Het woord erythrocyt komt uit het Griekse
erythros voor "rood" en
kytos voor "holte" (tegenwoordig vertaald als cel).
Rode bloedlichaampjes van zoogdieren zijn, in tegenstelling tot vrijwel alle andere cellen in het lichaam, kernloos. Een rood bloedlichaampje heeft een levensduur van 120 dagen. De rode bloedcellen van andere gewervelden (vissen, vogels, reptielen en amfibieën) hebben wel een celkern.
Bewerken Morfologie
Een erytrocyt is een echte
cel maar bevat geen kern. Het voorstadium van de rode bloedcellen bevat wel een celkern, nodig om te delen. Deze kern wordt vlak voordat de cel in het bloed wordt losgelaten uitgestoten. Het rode bloedlichaampje circuleert dus in het
bloed. Het is een plat, rond lichaampje met in het midden aan beide zijden een indeuking, dit wordt ook wel biconcaaf genoemd. Het rode bloedlichaampje bij de mens is een rond, plat schrijfje met een diameter van ca. 7,5 µm (micrometer) en een dikte van ca. 2 µm. De ca. 25.000 miljard rode bloedlichaampjes in het menselijk bloed hebben een gezamenlijke oppervlakte van niet minder dan ca. 4.000 m2, hetgeen bevorderlijk is voor de snelle opname en afgifte van zuurstof en koolstofdioxide.
De vorm van de erytrocyt wordt door een netwerk van actine en spectrine (=eiwit) filamenten bepaald. Deze vormen net onder de celmembraan een dunne laag en ze zitten m.b.v. ankyrine in de membraan gehecht. De biconcave vorm die ontstaat is optimaal voor het transporteren van
zuurstof en
koolstofdioxide.
Om hun typische vorm te behouden hebben rode bloedcellen een cytoskelet. Zonder zo'n skelet zouden de cellen knalrond zijn. Het cytoskelet is een stevig netwerk dat aan de binnenkant van de celmembraan ligt en zorgt voor vormvastheid. Maar om door de kleinste haarvaten te kunnen, die smaller zijn dan hun diameter, moeten rode bloedcellen toch kunnen vervormen of zelfs dubbelvouwen. Daarom is hun cytoskelet erg elastisch. Bij rode bloedcellen bestaat het cytoskelet voornamelijk uit de eiwitten spectrine en actine. Via verbindingseiwitten is het skelet gekoppeld aan eiwitten in de celmembraan.
BewerkenMetingen van de elasticiteit
Met recent ontwikkelde methoden kan de elasticiteit van rode bloedcellen goed gemeten worden. Eén methode maakt gebruik van laser-micromanipulatietechnieken. Hiermee wordt de cel vervormd, waarna de tijd wordt gemeten die de cel nodig heeft om weer terug te veren in z'n oude vorm. Het bleek dat 'jonge' rode bloedcellen die net gevormd zijn, een veel hogere elasticiteit hebben dan 'oude' cellen, die bijna uit de bloedbaan verwijderd gaan worden. Deze lage elasticiteit van oude cellen heeft uiteindelijk het gevolg dat ze haarvaten gaan verstoppen. De verwijdering van oude cellen in de lever en de milt is waarschijnlijk mede gebaseerd op hun lage elasticiteit..Hoe dit precies gaat is echter nog niet bekend.
Metingen aan mensen met een bepaalde vorm van diabetes lieten zien dat een gedeelte van hun rode bloedcellen een lagere elasticiteit hebben dan bij gezonde personen het geval is. Doordat deze cellen versneld uit de bloedbaan worden verwijderd, leiden deze mensen aan een lichte vorm van
bloedarmoede (verlaagde zuurstofcapaciteit van het bloed, wordt ook anemie genoemd).
Bij de erfelijke ziekte sikkelcelanemie leidt een puntmutatie in het gen voor
hemoglobine tot een veranderd eiwit dat een verhoogde neiging tot uitkristallisatie vertoont. Tijdens een crisis-stadium van de ziekte kan een substantieel deel van de rode bloedcellen bij deze patiënten 'sikkelen'; dan verandert de vorm van de rode bloedcellen door uitkristallisatie van het
hemoglobine. Deze niet meer elastische cellen worden continu door de lever en milt verwijderd, maar ondertussen raken ook haarvaten ermee verstopt. Er treedt dus zware
bloedarmoede op.
BewerkenZuurstoftransport en C02-uitscheiding
Zuurstof lost maar matig op in water. Ons metabolisme zou maar op een laag pitje staan als we moesten leven van het beetje zuurstof dat in het bloedplasma oplost. Rode bloedcellen van gewervelden zitten daarom tjokvol met hemoglobine (Hb), een eiwit waaraan zuurstof kan binden. Zuurstofgebonden
hemoglobine geeft het
bloed een helderrode kleur.
Hemoglobine zonder zuurstof is veel donkerder rood. In één rode bloedcel zitten 2,8·108 moleculen
hemoglobine. Door de aanwezigheid van zoveel
hemoglobine kan het
bloed wel veertig keer zoveel zuurstof bevatten dan er in alleen plasma kan worden opgelost. Een liter
bloed kan evenveel zuurstof binden als in een liter lucht zit. Zonder
hemoglobine zouden wij en de andere grotere gewervelde dieren, die een heel actief leven leiden, niet bestaan.
Er is een goede reden waarom
hemoglobine verpakt is in cellen en niet los in het bloedplasma zit. Het bloedplasma zou door deze hoeveelheid eiwitten een drie keer zo hoge osmotische waarde krijgen. Het weefselvocht en de cellen zouden dan ook veel meer opgeloste deeltjes moeten bevatten dan voor het functioneren nodig zou zijn, alleen maar om isotoon te blijven met het
bloed en daardoor fatale osmose-verschijnselen te voorkomen.
Behalve
hemoglobine bevatten rode bloedcellen ook het enzym koolzuuranhydrase, dat de omzetting van kooldioxide in koolzuur en vice versa katalyseert. Dit is één van de snelste enzymen die bestaan, één molecuul koolzuuranhydrase kan per seconde 100.000 moleculen CO
2 omzetten in HCO
3-, waardoor de reactie 10 miljoen keer versneld wordt ten opzichte van spontane omzetting. Maar een klein gedeelte van het kooldioxide dat uit de weefsels komt lost op in het
bloed, de rest wordt in de vorm van koolzuur van de weefsels naar de longen vervoerd, waar het weer wordt omgezet in CO
2 en uitgescheiden.
BewerkenEen rode bloedcel dankt zijn rode kleur aan het
hemoglobine dat het bevat, een
ijzerhoudend
eiwitmolecuul dat
zuurstof- en koolstofdioxidemoleculen kan binden. De
hemoglobine vormt ca. 90 % van de droge massa van de rode bloedcellen. In het menselijk bloed bevindt zich daarom ca. 3,5 gram ijzer.
De rode bloedcel maakt het grootste aandeel uit van de cellen in het bloed (99%). De andere soorten zijn
witte bloedcellen en
bloedplaatjes. De rode bloedcellen vormen ongeveer 40 % van het volume van het bloed.
BewerkenZie ook
Bloedarmoede
Hematocriet